
Een uitgever vond het droetelboek zo leuk dat hij het meenam naar de Frankfurter Buchmesse. Stel je voor: mijn papierfiguurtje tussen uitgevers van over de hele wereld! Spannend… maar helaas kwam er geen buitenlandse samenwerking. Toch gaf dit avontuur me zoveel energie dat ik meteen weer aan de slag ging. Dat resulteerde in mijn boeken Circus Spaghetti en Gabriel’s geheim (allebei uit 1979). En alsof dat nog niet genoeg was, stond er ineens een uitgever bij mij thuis op de stoep met mijn allereerste boeken in het Fries. Hoe bijzonder is dat!
Vanaf dat moment rolde ik steeds verder de boekenwereld in. In 1983 verscheen De kleine giraf, die zelfs in het Stedelijk Museum bij een tentoonstelling in de prijzen viel.
Daarna volgden nieuwe uitgaven zoals Het kleurenfeest (1998) en vrolijke babyboekjes (Hoe doet de haan? en Wat doet de dolfijn?). Het verzamelboek In De Maneschijn werd een daverend succes met maar liefst 15 herdrukken – en mijn seizoenplaten mochten daar trots tussen schitteren.
Daarna volgden nieuwe uitgaven zoals Het kleurenfeest (1998) en vrolijke babyboekjes (Hoe doet de haan? en Wat doet de dolfijn?). Het verzamelboek In De Maneschijn werd een daverend succes met maar liefst 15 herdrukken – en mijn seizoenplaten mochten daar trots tussen schitteren.

Later maakte ik samen met schrijfster Riemkje Pitstra het Friese Grutte Giele & Lytse Loer, dat in het Nederlands uitkwam als Gele Gijs & Lange Loeres. Maar het allerleukste vind ik toch mijn eigen boeken maken: tekst én beeld uit één hand. Zo verscheen Ando en de gouden bal in 2011 bij Elikser, gevolgd door nog veel meer titels. En soms mag ik kinderen op school of in de bieb voorlezen en samen met hen scheuren en knippen. Dat is altijd één groot feest – want papier, fantasie en een beetje magie: daar krijg ik nooit genoeg van!










