

Op de planeet Ribardan wonen wonderlijke kruipwezens.
Ze hebben het goed naar de zin met elkaar. Het is er altijd gezellig.
Dat komt vooral door Ythan, want hij kan iets heel bijzonders!
Kijk, daar komt hij aangekropen!
‘Hallo Ythan, goedemorgen!’
‘Zonder zorgen!’ zegt Ythan.
‘Haha, wat leuk dat je dat zegt!’
‘En ik meen het ook echt!’
‘Van wie heb je dat rijmen geleerd?’
‘Van het monster op het zwarte peerd.’
‘Vindt je moeder dat wel leuk?’
‘Die ligt dan altijd in een deuk.’’
Alle kruipwezens lachen en daarvan wordt Ythan heel blij.
‘En je broers en je zussen?’
‘Die kunnen lekker kussen.’
Ythan is grappig. Zijn vrienden kruipen nog dichter om hem heen.
Ze willen wel meer gekke rijmpjes horen!
Maar ineens begint Ythan raar uit zijn ogen te kijken … Wat is er met hem aan de hand?
Iedereen ziet dat hij probeert hij te praten, maar … wat zègt hij nou toch?
‘Kanoze lantonar pallapien duran.’
Iedereen is stomverbaasd. Wat betekent dat? En waarom rijmt het niet?
‘Amtaria ponedas,’ zegt Ythan. ‘Fonados kommerie. Tsjuniko tarradanu …’
Waar heeft Ythan het over! Is hij gek geworden?
Niemand begrijpt wat hij zegt, maar het lijkt alsof hij er wel iets mee bedoelt.
Wat dan?
‘Ythan! Wat betekenen die rare woorden?’
Ythan kijkt erg ongelukkig. Hij schudt met zijn lange rode staart, stuurt het puntje ervan naar zijn hoofd en tikt erop. Huh?
Niemand van de kruipvrienden snapt er iets van. Maar één van hen wél!
‘Hoofdpijn!’ roept die uit. ‘Hij heeft hoofdpijn!’
Inderdaad, nu zien ze het. Ythan is zo moe van het rijmpjes bedenken, elke dag weer, dat zijn hoofd stop zegt.
Hij kan niet meer gewoon praten …
Tja, dan kun je ook niet rijmen! Arme Ythan!
‘Je gaat nu naar je holletje om flink uit te slapen!’ roepen de anderen.
‘Morgen kun je vast weer woordgrapjes bedenken.’
Dat is inderdaad het beste om te doen, denkt Ythan.
Terwijl hij uitrust proberen zijn vrienden zelf rijmwoorden te zoeken, maar oef … dat valt nog niet mee.
Ze moeten wachten tot Ythan uitgerust is, want hij is gewoon de enige echte rijmelaar!
