
Op de planeet Dioba woont Dubio, samen met heel veel andere Diobanen.
Sommigen hebben grappige namen, als Dibbie en Dibi, Dola en Dona. Dubio’s naam lijkt op het woordje dubbel en past precies bij hem. Aan de ene kant is hij vriendelijk en wil iedereen helpen, maar hij kan ook verschrikkelijk boos worden! Blijf dan uit zijn buurt, want dan wordt hij gemeen. Dan gaat hij zelfs bijten! Brr!
Je kunt het duidelijk aan hem zien. Er glanst een zonnestraaltje op zijn ene kop; de andere kant heeft een bek met scherpe tanden! Heel dubbel dus!
Vandaag komt Doria bij hem langs. Ze heeft Dubio’s hulp nodig.
‘Dubio, jij hebt de sterkste benen van ons allemaal, wil jij iemand een bericht overbrengen?’
‘Natuurlijk Doria, jij bent altijd zo aardig, dat doe ik voor je. Wat voor bericht en naar wie?’
‘Wat lief dat je dat wilt doen. Het bericht is geheim, maar zeg maar ‘vanavond’, dan begrijpt hij het wel.’
‘Maar ik begrijp het niet.’
‘Dat hoeft ook niet, het bericht is niet voor jou. Het is voor mijn broer. Voor Dibi. Jij weet wel waar hij woont.’
Dubio ergert zich. Waarom mag hij niet weten wat dat ‘vanavond’ betekent? Het slaat nergens op! Hij voelt zich boos worden.
‘Ik weet waar Dibi woont, dat is nogal ver weg en ik moet er urenlang voor lopen. En ook nog terug! Dan mag ik toch wel weten wat dat bericht betekent?’
Doria kijkt hem glimlachend aan.
‘Nee,’ zegt ze. ‘Jammer voor jou. Probeer nu maar niet boos te worden en niemand bijten onderweg, hoor!’
Doria verdwijnt in haar hol. Dubio twijfelt. Wat zal hij doen? Ach, denkt hij, Doria en Dibi zijn allebei aardig, dus ik ga maar op pad.
Mopperend loopt hij langs de Zure Zoutzee, langs de sterrensteenwoestijn, waar de zandbloemen groeien, door het kruidenwoud waar alles zo heerlijk ruikt … Dubio loopt en loopt. Af en toe krijgt hij het warm van woede, maar hij ziet niemand om te bijten. Door die opwinding loopt hij extra snel, zodat hij al vroeg in de middag bij Dibi is. Hij klopt op de muur van het hol en Dibi komt naar buiten.
‘Kom je me bijten?’ zegt Dibi lachend.
‘Ik heb een bericht van je zus. Maar ik wil eerst weten wat het betekent, anders ga ik je wel bijten.’
Dibi glimlacht.
‘Nou, mijn zus heeft altijd leuke geheimen, dus zeg maar wat je bericht is.’
Dubio twijfelt. Dibi is aardig, Doria is aardig.
‘Oké. Het bericht is ‘vanavond’.’
‘Aha! Goed dat je me op de hoogte brengt! Hartelijk bedankt, hoor en goede reis terug!’
Daar gaat Dubio weer. Nu weet hij nog niets … Grr! Stampend loopt hij terug door het kruidenwoud, maar van de heerlijke geur merkt hij niets. Van boosheid bijt hij in laaghangende takken. Hij komt weer bij de sterrensteenwoestijn en bijt woest in de stelen van de zandbloemen. Dat helpt. Als hij langs de Zure Zoutzee loopt, neemt hij een besluit. Hij gaat Doria straks zeggen dat hij het MOET weten! Dat heeft hij verdiend door zijn lange tocht als boodschapper.
Ineens hoort hij iets achter zich! Vrolijke geluiden! Hoogst verbaasd draait hij zich om. Daar nadert een grote groep Dobianen. Ze komen al babbelend zijn kant op. Kijk, dat is Dibi die voorop loopt. Ze halen Dubio in en lopen met hem mee.
‘Kom op Duub, het is bijna avond! We gaan naar Doria! Kom maar mee!’
Een beetje beduusd doet Dubio wat ze zeggen, hij wandelt mee met Dibi en zijn vrienden. Als ze bij Doria zijn wordt alles duidelijk: er is feest! Vanavond is er feest!
‘W-waarom?’ vraagt Dubio een beetje stotterend. Hij voelt zich ineens hopeloos verlegen.
‘Omdat ik er zin in heb!’ lacht Doria. ‘Het is een verrassing voor jou! Door jouw hulp is mijn broer er ook, samen met zijn vrienden. Geweldig lief van jou, Dubio, dat je die lange tocht zomaar voor mij hebt gedaan, zonder te weten waarom!’
Met zijn allen maken ze er een heel gezellige avond van, ook al is Dubio wel een beetje moe.
