

Bij ons op Aarde zouden wij Aggaril op een bietje vinden lijken, maar een bleke biet is hij niet. Hij is een roze orbiter. Die groeien op de planeet Vegamundi, net als nog andere kleurige soorten groente. Het bijzondere van de orbiter is dat hij uit de grond kan stappen als hij daar zin in heeft. Want orbiters hebben beentjes!
Aggaril is nog maar klein en nooit buiten zijn roze groeiveld geweest. Wel heeft hij gehoord dat er ook rode, blauwe, gele en groene groente bestaat! En omdat het vandaag een zonnige dag is, besluit hij om die te gaan zoeken. Hij wil wel eens wat andere kleuren zien dan altijd maar roze.
Hij moet voorzichtig zijn, want er leven veel knabbelkuiven in de buurt. Die zijn speciaal dol op roze orbiters.
Maar Aggaril is niet bang en hij let goed op!
Zijn vader, die helaas al is opgegeten, zei vaak: ‘Doe elke dag waar je zin in hebt, geniet van elk moment.’
Daarom gaat Aggaril nu op pad.
‘Ik heb zin om te lopen’, zegt hij met een lach. ‘En ik geniet heel erg.’
Hij laat het roze veld achter zich en ziet in de verte het heldere blauw van de nachtknollen. Gauw er naartoe! Wat een heerlijke kleur hebben die knollen!
‘Ik houd van blauw!’ roept Aggaril uit.
Met zijn kleine groentemond neemt hij een hapje van de knol. Dan spuugt hij het uit, zodat het met een boog op de grond valt. Daarna buigt hij voorover en prikt het blauwe bolletje op een van zijn kopsprieten.
‘Zo! Nu heb ik er eindelijk eens een andere kleur bij.’
Nog een hele poos dwaalt hij door het blauwe nachtknollenveld, steeds goed oplettend! Hij weet dat de knolkruiper in de buurt kan zijn. Die zijn ook dol op orbiters …
Na een poosje verlaat hij de blauwe wereld en stapt flink door. Hij wil zo graag rood vinden! Dat lijkt hem de mooiste kleur die er bestaat.
En ja, hij ziet al iets roodachtigs in de verte. Gauw doorlopen. En dan stapt Aggaril een schitterend veld in, het vurige besseltjesveld! Die kleur is nog roder dan hij gedacht had!
Opnieuw neemt hij een hapje van een besseltje, spuugt het uit en prikt het als een balletje op zijn voelspriet. ‘Mooi zeg! Nu heb ik al twee extra kleuren.’
Vrolijk stapt hij door, naar het volgende veld.
De planeet Vegamundi is best groot, maar Aggaril kan goed lopen. Gelukkig is hij geen knabbelkuiven en knolkruipers tegengekomen. Hij voelt zich trots met zijn blauw en rood. Nu nog geel en groen …
In de verte lijkt het extra zonnig. Zou dat de gele groente zijn? En ja hoor …
‘Zonnestengels!’ roept hij uit. ‘Mooier dan ik me ooit kon voorstellen’, zucht hij. ‘Nu oppassen voor stelenbijters! Die zijn dol op zonnestengels en willen geen indringers.’
Van een mooie dikke stengel neemt hij weer een hap, zodat hij op zijn een na laatste spriet een geel bolletje kan zetten. Geen stelenbijter gezien, haha, denkt Aggaril. Het gaat allemaal goed!
‘Nog één groentekleur erbij, dan heb ik ze alle vier!’ juicht hij.
Vlak achter het gele veld ligt het groene veld. Het staat vol fluisterwier. Hier is het oppassen voor de bladvos! Maar het groen is prachtig en na een hapje wier heeft hij zijn doel bereikt! Vier kleurenbollen staan te pronken op zijn sprietenkop! Rood, blauw, geel en groen!
‘Wat zullen ze thuis opkijken!’ gniffelt hij en begint aan de terugweg.
Dat is nog een heel eind en hij merkt nu pas hoe moe hij is. Een beetje hijgend komt hij aan bij zijn eigen roze orbiterveld.
Maar dan krijgt hij de schrik van zijn leven!
Vier grote groentebeesten, met gemene ogen en wijde bekken vol tanden staan hem op te wachten!
Een knabbelkuif, een knolkruiper, een stelenbijter en een bladvos.
‘Hoe kom jij aan die kleurenbollen?’ krijsen ze hem toe.
‘Eh … wat bedoel je?’ stottert Aggaril.
‘Die op je kop zitten, smerige dief!’
‘Oh die … Ik eh … ik … ik vond de kleuren zo mooi!’
Dan gebeurt er iets geks. De vier griezels beginnen te schudden en te trillen.
Aggaril raakt in paniek. Ze gaan me aanvallen! denkt hij.
Maar dan ziet hij iets heel anders gebeuren. Ze vallen niet aan, ze moeten lachen! Schuddebuikend rollen de groentebeesten over de grond.
‘Hahaha! Het staat je schattig, hoor! Nog nooit zo’n maffe orbiter gezien!’ hikt de bladvos. ‘Helaas ben je te klein. Je ziet er ook niet smakelijk uit met die kleurballen op je kop.’
Aggaril gaat er snel vandoor! Naar zijn eigen plekje in de grond, tussen de andere orbiters.
‘Kan me niks schelen dat ze me uitlachen!’ zegt hij. ‘Ik ben toch veilig, want ze lusten me niet.’