

Al zijn onderdelen moeten hoognodig gesmeerd worden!
Met olie, want hij is een robot van de planeet Robotax. Maar hoe moet hij nu bij de Zilverberg komen? Die bevindt zich ver weg en hij kan geen stap verzetten. De Zilverberg is een glimmende rots met zilverachtige olie. De robotwezens noemen die olie levenssap, want zonder olie vallen ze uit elkaar!
Als Geex voorbij loopt, roept Qutete hem.
‘Hoor je hoe ik kraak? Je moet me helpen! Ik wil olie halen bij de Zilverberg, maar kan niet meer goed bewegen.’
Geex denkt na.
Qutete is groot en hij maar klein. Voor hem is het ook niet makkelijk om olie bij de Zilverberg te halen … Maar hij wil zijn vriend ook niet kwijt …
‘Weet je wat?’ zegt hij dan. ‘Ik zoek smeerbloemen voor je.’
Weg is Geex. Na een hele poos komt hij terug met een bos bloemen. Smeerbloemen zijn niet heel mooi, maar ze hebben een dikke, glanzende vloeistof in hun stengels.
Qutete en Geex pletten de bloemstelen met hun robothanden. Inderdaad, er sijpelt wat vloeibaars uit. Is dat genoeg om robot Qutete te smeren? Helemaal niet!
‘Oei’, zegt Geex. ‘Dat gaat niet lukken. Wacht even. Ben zo terug.’
Opnieuw rent hij weg.
Qutete blijft achter. Hij voelt zich zwakker en zwakker worden. Hij heeft olie nodig!
Onmiddellijk!
Gelukkig, daar is Geex weer!
Hij heeft een heeft een opgevouwen boomblad bij zich. Als hij het openvouwt kruipen er wel honderd kleine kevertjes uit.
‘Oliekevers!’ zucht Qutete, die zich steeds slechter voelt.
‘Aardig idee van je, Geex, maar hoe krijgen we die olie uit die kevers? Ik ga ze niet doodmaken! Dat is zielig’, zegt Qutete.
Daarna gaat de grote robot op de grond liggen, want hij voelt alle energie uit zich stromen.
Het gaat vast nooit lukken om op tijd olie te krijgen, denkt hij wanhopig.
Naast zijn hoofd hoort hij gesmak. De oliekevertjes kruipen daar rond en Qutete ziet ze waswortels eten.
Wacht eens, in dat soort wortels zit ook een soort vettig sap.
Erg lekker zijn ze niet, maar ik moet toch wát!
‘Ik ga waswortels eten!’ puft hij met vermoeide stem. ‘Net als de kevers!’
‘Dan help ik je plukken’, zegt Geex, ‘want je hebt er heel veel nodig!’
Gelukkig groeien ze overal in de buurt. Al snel begint Qutete gulzig te eten.
Geex snoept er af en toe ook een paar mee.
‘Niet lekker’, vindt hij. ‘Het smaakt naar vette modder.’
‘Ik lust die dingen ook helemaal niet, maar ik moet wel!’ piept Qutete.
Na een poosje gaat hij rechtop zitten.
‘Voel je je al beter?’ vraagt Geex.
‘Ik geloof het wel, maar ik neem er toch nog meer.’
Een poosje later gaat hij staan en zet voorzichtig een paar stappen.
‘Ik haal er nog meer!’ roept Geex enthousiast en rent weer weg.
Aan het eind van de dag is Qutete nog steeds niet goed gesmeerd, maar hij kraakt een stuk minder.
‘Zo’, zegt hij, ‘Nu op weg naar de Zilverberg, want dan kan ik eindelijk ècht goed bijtanken.’
En Geex? Die gaat gezellig met hem mee! Ze lopen langzaam, maar ze komen er wél!

