

Op de kleine planeet Songata, niet ver van de Aarde, woont Osil.
Vandaag is Osil verdrietig! Hij is zijn liedjesvanger kwijt! Een kleine steen, in de vorm van een kommetje. Zo mooi!
Hij zag het toevallig liggen op het strand en ontdekte al snel wat een bijzondere vondst hij had gedaan. Deze steen kan liedjes van de sterrenhemel opvangen!
Sindsdien gaat Osil elke avond bij helder weer naar buiten en houdt de steen een poosje omhoog. Daarna houdt hij hem voor zijn oor en dan hoort hij het! Twinkelende, tingelende sterrentonen! Osil geniet eraltijd enorm van! Het is sterrenmuziek!
Maar nu is hij de steen kwijt en hij kan de sterren niet meer horen …
‘Het is zo stil!’ huilt hij. ‘Ik mis mijn muziek!’
Die steen moet toch ergens zijn, denkt hij, maar waar? Overal kijkt hij rond. Is hij door iemand anders meegenomen?
Songata is geen grote planeet en Osil kent iedereen die er woont.
‘Hebben jullie een kleine, ronde steen gezien?’ vraagt hij aan voorbijgangers.
‘Er liggen hier overal stenen’, zeggen die. ‘Zoek er maar een leuke uit. Haha.’
‘Maar deze is heel speciaal! Rond met een diepe kuil erin. Heel anders dan al die andere’, probeert Osil nog.
‘Zoiets kleins vind je nooit terug! Er liggen hier immers wel duizenden stenen.’
‘Maar ik móet hem vinden! Anders heb ik geen muziek meer! Het is mijn
liedjesvanger!’ roept Osil wanhopig uit.
Intresor komt naar hem toe gelopen.
‘Hoor ik jou over muziek praten, Osil?’
‘Ja! Ik ben mijn liedjesvanger kwijt!’
‘Vervelend! Ik ga jou helpen zoeken.’
Daar is Osil blij mee, want Intresor leeft laag bij de grond en kan erg scherp kijken.
Samen onderzoeken ze de hele planeet Songata. Ze draaien veel stenen om, want ja, misschien ligt de liedjesvanger op z’n kop. Dan zie je het kuiltje niet. Helaas … Tussen al die stenen lukt het hen niet die ene bijzondere te vinden … Intussen is het al donker geworden.
Intresor en Osil zitten moe en een beetje verloren naar de sterren te staren.
‘Nu kan ik jullie niet horen’, snikt Osil. ‘En jullie muziek is altijd zo prachtig.’
‘Stil eens’, zegt Intresor. ‘Luister!’
Ze zwijgen. Er klinkt geruis, iemand lijkt zachtjes te lachen …
‘Wat is dat?’ fluistert Osil.
‘Het is de wind die door de bladeren waait en daardoor giechelen de bloemen.’
Ineens horen ze iemand zingen, ergens ver weg.
‘Wie doet dat?’
‘Iemand hier, op Songata. Mooi hé?’ zegt Intresor.
Osil is er stil van.
‘Ik wist niet dat er op Songata ook mooie geluiden zijn. Het klinkt anders dan de sterren, maar toch prettig.’
‘Ik denk’, zegt Intresor, ‘dat jij niet alleen sterrengeluiden, maar ook andere muziek kan horen! Je hebt helemaal geen liedjesvanger nodig!’
Osil denkt na.
‘We kunnen natuurlijk zelf gaan zingen’, zegt hij.
‘Tuurlijk’, antwoordt Intresor. ’Ik doe met je mee. We beginnen morgen.’
De volgende dag gaan ze zingen. Dat klinkt goed en het voelt fijn.
De andere Songatanen horen het en komen meedoen. Het wordt een koor!
Samen maken ze heerlijke muziek!
Ik denk dat de sterren nu naar hún luisteren!

