

Qu Elo is een wonderlijk wezen.
Hij woont op een planeet, die Li-Vro heet.
Dat komt omdat daar alles altijd licht en vrolijk is.
Elke dag schijnen er twee schitterende zonnen.
De bomen hebben regenboogkleuren.
De planten en bloemen bewegen zonder dat het waait!
De wezens op Li-Vro hebben hun huizen gebouwd van brokken goudgele steen.
Het is een prachtige plek om te wonen.
Maar … op Li-Vro is één wezen, dat nooit blij kan zijn. Het is Qu Elo.
Hij is zo somber dat hij altijd voorovergebogen door de straten loopt.
‘Hoi, Qu Elo! Hoe gaat het ermee?’, begroeten de anderen hem.
Soms hoor je hem dan wat mompelen, maar meestal hoor je niks.
Qu Elo wil eigenlijk met niemand praten.
Op een dag komt Viggel aangelopen.
‘Hoi Elo Qu!’ roept hij vrolijk.
‘Pardon’, zegt Qu Elo, ‘mijn naam is Qu Elo en niet Elo Qu.’
‘Haha ja, ik vind het leuk om dingen andersom te zeggen. Daar word ik vrolijk van.’
Elo Qu zucht. ‘Nou, ik word nergens vrolijk van.’
‘Ook niet van mij? Mijn naam is Viggel, want ik ben tegelijk een vogel en een vis.’
Elo Qu bekijkt Viggel eens goed van top tot teen.
‘Inderdaad’, bromt hij. ‘Je bent een beetje dubbel.’
‘Klopt’, zegt Viggel, ‘maar ik ben wie ik ben. En dat is prima.’
Elo Qu loopt door. Intussen denkt hij ontzettend diep na.
Heeft die visvogel gelijk? Ben ik ook wie ik ben? Somber en voorovergebogen?
Ja. Is daar iets mis mee? Nee. Qu Elo kan niks bedenken. Hij is gewoon niet zo vrolijk.
‘Zo ben ik nu eenmaal’, zegt hij hardop. ‘Misschien moet ik wat vaker een Elo Qu zijn. Dan verhuis ik van Li-vro naar Vro-li.’
Ineens moet hij glimlachen! En dat had hij in geen jaren gedaan…
Vanaf die tijd zien de bewoners van Li-Vro dat Elo Qu wat vrolijker kijkt.
Daar zijn ze blij mee. Want hoe hij ook is, hij hoort er gewoon bij op hun lichte en vrolijke planeet.

