

Op de planeet Solythis schijnen wel vijf zonnen. Daardoor is het er altijd warm. Alle wezens zijn daaraan gewend.
Maar Ryxira hoopt heel erg dat het een keer bewolkt wordt.
En als je heel vaak en heel sterk ergens aan denkt, dan gebeurt het ook!
Vandaag, als Ryxira uit zijn hut komt, is het grijs!
De vijf zonnen zijn niet te zien. Hij rent weer naar binnen en roept: ‘Papa! Mama! De zonnen zijn weg!’
Raxata en Roxoto, zoals zijn ouders heten, kijken hem even verbijsterd aan.
‘Wat vreselijk!’ zuchten ze, ‘dan blijven wij binnen’
‘Nou, ik niet! Doei!’ Ryxira huppelt de hut uit.
Met ogen van verwondering kijkt hij naar de hemel.
‘Grijs! Grijs! Alles is grijs! Zo mooi!’ roept hij uit.
Het lijkt erop dat hij de enige op Solythis is die van grijzigheid houdt, want er is geen levend wezen te zien, hij is helemaal alleen.
‘Wat geniet ik’, zegt hij steeds maar. ‘Het is zo mooi!’
Het wordt nog mooier!
Ineens is er een glimpje blauwe lucht en tot Ryxiras grote vreugde verschijnt er een wolk! En nog een! En nog een! Het is werkelijk fantastisch!
Met die vijf zonnen zag je nooit wolken op Solythis en nu een heleboel!
Ryxira staat te springen van plezier. Hoger en hoger springt hij!
Net genoeg om een wolk aan te raken. Zijn hand glijdt er doorheen. Wat voelt dat zacht.
Ryxira begint een spel te bedenken, hij springt van de een op de andere wolk, hij gebruikt de wolken als hoofdkussen, hij knuffelt ze. Heerlijk!
Na een tijdje zijn de wolken verdwenen, in rook opgegaan.
Helemaal voldaan staat Ryxira bij zijn hut. Raxata en Roxoto zijn eindelijk ook
naar buiten gekomen.
‘Gelukkig schijnen de zonnen weer’, zeggen ze.
‘Maar ik heb op de wolken gedanst’, lacht Ryxira. ‘ Dat vergeet ik mijn hele leven niet meer.’
