

Mirk is een vriendelijk wezen op de planeet ZwawiQ.
Op die planeet zijn veel heuvels met grotten en lange tunnels.
De wezens die er wonen blijven het liefst onder de grond, vooral als het koud is.
Mirk ook. Maar Mirk houdt ook van zon! Op ZwawiQ is een paarse zon en als die schijnt gaat Mirk heerlijk zonnebaden. Zijn ogen zijn daardoor zelfs paars geworden!
De anderen willen geen kleur krijgen, we zijn zwartwit en dat is mooi genoeg. Daarom blijven ze altijd onder de grond. Zelf maar weten, denkt Mirk. Maar hij voelt zich ook wel een beetje alleen. Zou er nu ècht niet iemand zijn die ook van de zon houdt, net als hij? Dan zouden we samen aan de buitenkant zijn.
Hij besluit om eens wat verder op de planeet te kijken. Misschien is er iemand met hetzelfde idee. De zon schijnt vandaag, dus dat komt goed uit.
Hij loopt en loopt en kijkt overal in het rond. Het hoeft er maar één te zijn, denkt Mirk, dan heb ik een vriend. Dan kan ik wat babbelen in onze ZwawiQ-taal.
Na lang zoeken ziet hij eindelijk beweging achter de grote WiwaQ-rots.
Het is een soort koe die aan het grazen is. Zijn onderkant lijkt een beetje op Mirk, zijn rug is paarsig. Dan houdt hij veel van de zon! Maar het meest bijzondere is dat hij vleugels heeft! Zou dat mijn vriend kunnen worden? denkt Mirk opgewonden.
Nog nooit is hij zo’n wezen in de tunnels tegengekomen.
Langzaam loopt hij in de richting van de vreemde koe.
‘Hallo’, zegt hij verlegen.
De koe kijkt op. ‘Hé, wat gezellig! Ik dacht dat ik alleen was.’
Mirk slaakt een zucht van verlichting. Opgelucht begint hij van alles te vragen.
‘Kunnen wij vrienden worden? Houd jij ook van de zon?’
Waarom heb ik jou nooit eerder gezien in de tunnels?’
‘Omdat ik in de WiwaQ-rotstunnel woon als het te koud is buiten.’
‘Oh, die ken ik niet. Is daar ruimte voor twee?’ vraagt Mirk hoopvol.
‘Tuurlijk’, zegt Synarv. ‘Ik ben blij dat je er bent! Durf je op mijn rug? Dan gaan we samen vliegen!’
Dat durft Mirk!

