

Uduru gaat vroeg op pad, hij wil naar de kapper. Het is nogal ver lopen, maar dat vindt hij niet erg. Als zijn haar maar goed zit!
Na een tijdje wordt het wat lichter. Uduru geniet van alles om hem heen.
Opeens hoort hij een enorm lawaai …! Gestamp en gedreun! De grond trilt ervan. Uduru schrikt zo erg dat hij helemaal verstijft! En als je zo stijf bent kun je niet wegrennen!
Het gevaar komt steeds dichterbij! Help! Het is een hele groep monsters!
Wat kan Uduru nog doen?
Maar een van de monsters zegt: ‘Goedemorgen meneer, wat bent u vroeg op pad!’
Uduru bibbert zo erg dat hij geen antwoord kan geven.
‘Waar gaat u naartoe?’ vraagt het vriendelijke monster.
‘N-n-naar … de kapper …!’ stottert Uduru.
Ineens beginnen alle monsters tegelijk te lachen! En dat is ook weer een gedreun, een gegalm van jewelste. Uduru vergeet dat hij zo bang was, nu is hij juist een beetje nieuwsgierig. Waar lachen ze om?
‘Je ziet er toch prachtig uit! Wij zouden ook wel zo’n mooi kapsel willen, maar helaas, monsters hebben geen haar … ‘
Tevreden keert Uduru zich om en loopt weer naar huis.
Hij heeft helemaal geen kapper nodig.


